Was Flaubert domrechts?
Wie de draad kwijt is, moet terugbladeren. Ik raak steeds vaker de draad kwijt. Zo mis ik de grap bij cabaretiers, omdat ik struikel over hun vermaning. Tijdens dat verplichte nummer is het publiek overgeleverd aan de voorspelbaarheid van de moraal. Het snakt naar de ontzenuwing, maar die komt niet meer.
(Althans, niet tijdens een Nederlandse oudejaarsconference. Kijk daarvoor beter naar Louis CK, die zijn publiek steeds in de val van de ethische consensus lokt.)
Kundera beweerde dat hij aan iemands glimlach kon zien of hij Stalinist was of niet. Ironie is een existentiële bedreiging voor elk ideologisch systeem. Echte apparatsjiks missen daarom nooit een grap, maar houden hem juist nauw in de gaten.
De draad kwijt, dus. Van demonstraties die doorgaan voor een oorlog die al is beëindigd, maar uitblijven voor het bloedvergieten in Teheran of Pokrovsk. Van opinies in grote kranten, die hoogdravend tot conclusies komen die nog niet zo lang geleden als racistisch of antisemitisch zouden zijn beschouwd. Ook snap ik niet wat er nog rebels is aan activisten, als hun doelen door alle grote maatschappelijke, culturele en commerciële instituties worden gesteund.
In mijn beleving is er razendsnel een nieuwe orthodoxie uitgerold. Dat is de beleving van een oud mens.
Een manier om je niet oud te voelen, is je te omringen met nog oudere mensen. Dus blader ik terug. Stemmen van vroeger die van toepassing blijven op een onherkenbaar heden zijn goed gezelschap. De wereld van gisteren van Stefan Zweig is al sinds mijn studententijd een lijfboek. Veel van wat hij schrijft, had gisteren geschreven kunnen zijn. Het is een meesterwerk maar ook een toverboek, omdat het maar niet ouder wordt dan van gisteren. Zo observeert hij de woke elite van precies een eeuw geleden:
Een totaal andere orde moest op elk gebied bij deze generatie beginnen; en vanzelfsprekend begon alles met wilde overdrijving. (…) Op scholen werden naar Russisch voorbeeld ‘scholierenraden’ ingesteld om de leraren te controleren, want kinderen moesten en wilden alleen leren wat ze aanstond. Tegen elke bestaande vorm werd gerevolteerd om het plezier van het revolteren, zelfs tegen de wil van de natuur, tegen de eeuwige polariteit van de geslachten. (…) Lidwoorden werden uitgeschakeld, de zinsbouw op zijn kop gezet, en daarbij werd elke literatuur die niet activistisch was, die niet politiek theoretiseerde, op de mesthoop gegooid. (…) Maar te midden van dit woeste carnaval vond ik niets zo tragikomisch als het schouwspel van de vele intellectuelen van de oudere generatie, die zich in hun panische angst om voorbijgestreefd te worden snel en vertwijfeld een masker van kunstmatige wildheid schminkten en zelfs de meest bizarre dwaalsporen stuntelig probeerden te volgen.
Ik ben zo benieuwd hoe dit wordt gelezen door progressieve opiniemakers van nu. Herkennen ze zichzelf? Aangezien ze tot pagina 292 van dit meesterwerk zijn gekomen, kunnen ze het toch moeilijk als overbodig afstoten. Maar misschien voeren ze geen dialoog meer met de wereldliteratuur. Volgens de Russische filosoof Michail Bachtin (1895-1975) was de dialoog de enige adequate vorm om het leven uit te drukken. Hij bekritiseerde de monologisering in culturele en wetenschappelijke kringen, die door zowel dogmatisme als relativisme de dialoog uitsluiten. De literaire roman beschouwde hij als de uitgelezen vorm om het leven weer te geven; door de meerstemmigheid van de verschillende personages, zoals die naast de mening van de schrijver kan bestaan. De lezer, op zijn beurt, moet al die verschillende stemmen tolereren om verder te komen in het verhaal.
Die tolerantie betekent niet dat hij het er persé mee eens hoeft te zijn. In haar essay How should one read a book stelt Virginia Woolf dat de lezer de schrijver ruim het voordeel van de twijfel moet gunnen, maar daarna de personages kan tegenspreken. Umberto Eco ging nog verder door te beweren dat geen literaire tekst af is zolang de perfecte lezer zich niet heeft aangediend. Is er nog iets over van die wisselwerking? Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het bloedeloze moralisme dat nu over het debat heerst, de voorspelbare humor, de stereotypering van andersdenkenden, ook gevolgen zijn van de literaire ontlezing. Verschillende stemmen worden niet meer getolereerd, want niemand hoeft nog verder te komen in het verhaal.
En hoe zit het met de bewegingsruimte van romanpersonages, als hun schrijvers zelf binnen steeds dezelfde, steeds enger wordende hokjes blijven krassen? Tussen de regels van de Sovjetrepressie door, schreef Bachtin dat de wereld niet te bevatten is vanuit de theorie: die is altijd ondergeschikt aan de meerstemmigheid van de ervaring. Schrijvers van zijn tijd maakten zelf nogal wat mee - meestal tegen wil en dank. Ze leefden jaren in ballingschap, zoals Bachtin zelf, of Zweig, die moest vluchten nadat hij van zowat van alle grote omwentelingen in Europa ooggetuige was geweest. Anderen, zoals Joseph Conrad, maakten lange, slopende reizen. Gustave Flaubert bracht jaren door in het Midden-Oosten en kwam in een brief tot een mening over de Islam die je tegenwoordig niet moet proberen te publiceren:
De aanmatiging de Islam te willen verdedigen (terwijl de Islam op zich iets monsterlijks is) brengt me buiten mezelf. Ik eis in naam der mensheid dat de Zwarte steen verbrijzeld, het gruis ervan verstrooid, dat Mekka verwoest en het graf van Mohammed onteerd wordt. Het zou een goede manier zijn om het Fanatisme de moed te doen verliezen.
Is Flaubert nu met terugwerkende kracht domrechts geworden, net als Voltaire, Montesquieu of Schopenhauer, vanwege hun kritiek op de Islam? Dappere lezers die het vege lijf hebben gered van Islamitische terreur, of er op dit moment in Iran tegen strijden, zullen geen aanstoot nemen aan deze woorden. Maar de progressieve boekenwurm in het Westen, denkend binnen de gedoogde kaders, heeft een probleem. Voor hem zit er niets anders op dan het werk van deze grote meesters te schrappen. Hoe zou hij anders die ene buurman, collega of familielid als extreemrechts kunnen afwijzen? Wie geen dialoog wil voeren op straat, kan zich die ook niet met de wereldliteratuur veroorloven.
Dit stukje verscheen ook - in ingekorte versie - in Hp/De Tijd. Daarom hoeft niemand hiervoor te betalen.





Mooi essay en citaat van Flaubert! Ik denk bijna twintig jaar geleden, las ik in Elsevier Weekblad een interview met de archivaris van Snouck Hurgronje. In het kader van Flaubert's suggestie stelde Snouck Hurgronje voor om Mekka te bezetten en naast de Kaaba een gigantische Kathedraal te bouwen. Vond ik een briljant en in de context van die tijd ook een constructief idee voor het doorbreken van de Islamitische suprematie en exclusiviteit ten opzichte van andere geloven en overtuigingen. Helaas nooit die bewuste brief onder ogen gezien.
Geweldig essay!